Tuesday, April 24, 2012

Een land zo groot tot waar mijn kanon reikt

Het leek mij vandaag een goed idee, hierop gebracht door een interviewer van het Cultureel Jeugd Paspoort Magazine, om een reden te formuleren voor al mijn geploeter. Kortom ik ga voor u, lieve, nooit reagerende lezers de vraag Waarom schrijven? beantwoorden.

Gisteren stond ik wat dat betreft met mijn bek vol tanden, kwam ik niet verder dan: omdat ik gelezen wil worden. Nu in alle rust, voor mij zelf denkend, weet ik wel beter, helemaal nu ik er een dag over na heb kunnen denken. Omdat schrijven mij niet noopt tot het in contact treden met de doelgroepers, meer is het niet. Ik ben schuwer dan een voortvluchtige eenbenige crimineel met een lichtgevende tattoo op zijn voorhoofd, voor wie een beloning is uitgeloofd.

Als ik geen mensontwijkend gedrag had, er goed uitzag en ook nog kon zingen, zou ik daar mee proberen binnen te lopen. Er blijft gewoon weinig over als mensen je geen fijn gevoel geven, dat is het eigenlijk. Schilderen en uitvinden doe ik ook. Niet op 1 paard wedden. Maar het meest dus schrijven.

Daar waar geen kerkklok, moskee, niets wetende presentator, incompetente politicus, politiehelikopter, luchtalarm, mobieltje en ambulance te horen valt. Daar kunt u me vinden, als ik genoeg verdiend heb met schrijven. Op een stuk land, groot genoeg om op een turbo-quad in 10 sec van 0-200 km te komen, zonder buren of voorbij de horizon, waar uiteindelijk ook geen vogeltjes meer te horen zullen zijn. Op mijn eigen grond niet gehinderd door voorbijgangers, buren en regels stop ik meteen met schrijven en ga carbidknallen, boomkettingzagen, vlees aanbranden op een barbecue, hele nachten claxonneren, boomhutten timmeren, colaflessen laten ontploffen, trompetblazen, kanonvuren, jeneverstoker, lego stenen moskeeën opblazen, milieuschadelijk stroom opwekken met stoommachine, nooitmeerscheren, autobanden-plasticflessen vuurzeeën met huizenhoge zwarte wolken aanwakkeren en PvdA-ers schijfschieten. Eenmaal per maand laat ik een vrachtwagen of boot komen met benzine, diesel, vuurwerk, insecticiden, munitie, pleisters, jodium en nog wat levensmiddelen. Zonder een woord. Ik ga dus niet signeren, voorlezen, me klem zuipen op Boekenbal, lullen in Zomergasten of met die Brands.

En u zult er ook niet achter komen hoe ik er uit zie. Wen er maar aan, en koop ondertussen mijn boeken. Ik zie er wel beter uit dan die krullejood overigens.

Wednesday, April 18, 2012

Maarten van Rossem moet eens bakpoeder gaan gebruiken

Nachten wakker liggen door maagproblemen heeft me weinig opgeleverd. Mijn financiële problemen zijn er nog steeds, en de boeken die ik heb bedacht, worden nauwelijks gelezen. Wel heb ik mijn spijsverteringsstelsel tot op de bodem weten te doorgronden. Als ik groente en/of fruit oversla, lig ik te tollen in bed door brandend maagzuur. Op de rechterzij liggen zorgt er voor dat de maag wel leegloopt, omdat het afvoerputje dan lager ligt. Halfgare rijst moet ik niet eten; anders vindt wat in de pan gebeurt, plaats in mijn maagdarmkanaal. Alleen is daar niet zoveel ruimte; alsof er een egel door je darmen kruipt. Daarmee verkondig ik niks nieuws. Al tijdens de Song dynastie werd verdachten gedwongen de waarheid te spreken of gewoon maar te bekennen door het trechtervoeden van droge rijst. Steeds een theelepeltje er bij. En een kommetje navenant chinees aardewerk met water. Martelen met voedsel is wijdverbreid. In Little Italy New York teisterden rivaliserende bendes elkaar tijdens een vendetta met spaghetti. Gekookte slierten van een meter rond de nek wikkelen en dan de bastardo in de zon zetten. Of als het niet zo’n hele erge schoft was rond een ander lichaamsdeel. Zo heeft elk land zijn eigen methode. Duitsers gebruikten gerstkorrels en biergist. Als je mazzel had, kreeg je ook hop door je trechter. Bolletjesslikken is nog steeds heel gangbaar op de Antillen. Van zalige gerechten, microscopisch kleine hoeveelheden geven, is een universele marteling geworden. Hoe beter deze Tantalus kwelling wordt uitgevoerd, hoe meer Michelinsterren het restaurant heeft. Het eten van andermans darmfauna heeft vanuit Japan de wereld veroverd. Ik heb het over Yakult met triljoenen melkzuur bacteriën die Dr.Minoru Shirota in 1935 uit zijn eigen aars peuterde.

In diezelfde jaren dertig experimenteerde John Rennie met zijn maagzuur. Wat daar uit voort kwam slik ik wel, om te voorkomen dat de in mijn maag gebrouwen zoutzuur mijn tere slokdarm wegbrandt. Ik was altijd erg tegen het nemen van een Rennie, totdat ik op de verpakking las dat je pas bij 16 per dag misschien naar de dokter moet. Tenzij je die in een keer slikt, dan moet je er meteen heen. Grondoorzaak is dat ik enorm lui ben, na het eten lig ik achter de tv, ook tijdens. Afgezien van mijn bloed beweegt er niets, ook mijn maag niet. Zodat de stukken friet, ui en hamburger te groot blijven om de maagportier te kunnen passeren. Ondertussen gaat de maagzuurproductie wel gewoon door. Een paar zure oprispingen waarschuwen me dat de pH weer te hoog is. Dan pas sta ik op en loop naar het medicijn kastje. Als er niet snel een keiharde, verlossende boer (CO2) komt, neem ik er nog maar een.

Rennie was ook een oplichter, daar kom ik nu al schrijvend achter. Het werkende bestanddeel van een Rennie is natriumwaterstofcarbonaat, NaHCO3, natriumbicarbonaat, maagzout, dubbel koolzure natron. Verkrijgbaar als baking soda of zuiveringszout: 1,65 euro per 443 gram. Daar zitten equivalentieel 600 Rennies in, waar je 62,5 euro voor moet neertellen. Meteen dat spul gekocht bij Nem Meh Ping Ping op de hoek hier. En je kunt er leuke dingen mee doen zoals verse sinaasappelsap drinkbaar maken. Of een sinaasappel injecteren met een bakpoeder oplossing en daarna aan iemand geven aan wie je een hekel hebt. Dure cava’s en sekts maak ik nu zelf uitgaande van goedkope witte wijntjes, poetsen met bakpoeder werkt nog beter dan die whitening tandpasta’s en bakpoeder in de oksels smeren helpt ook. Ik hou geld over zo. Scheelt een hoop buikpijn in tijden van crisis.

Thursday, April 12, 2012

Een ongemakkelijk weerzien bij een supermarktingang, voor een bak met Metro’s.

Ik schrok toen ik haar zag, geloofde eerst niet dat zij het was. “Je ziet er goed uit”, loog ik. We waren allebei in verwarring. Normaal schold ik daklozenkrantverkopers altijd uit, voor luie donders. En zij wist niet wat ze moest doen met haar krantje. “Misschien moet je ergens anders gaan staan?”
Langzaamaan kan iedereen behalve ik alles. Koken op Michelinster niveau, een design badkamer aanleggen, zingen voor volle zalen, columns voor de Metro schrijven. Autorijden is al te moeilijk voor me, maar daar heb ik mee leren leven. Nee, ik ga niet met het OV. Kwestie van thuiswerken en familiebanden doorsnijden. Als ik ergens heen wil, blijkt dat veelal, als ik er goed over nadenk, helemaal niet nodig.

Kijkend naar wat de eindstreep haalt; een Metro lezerscolumn is zo overbodig als een wijnbar in Mekka, nietszeggender dan een wielrenner die de etappe naar Alpe d’Huez heeft gewonnen en tegelijkertijd voor mij zo onbereikbaar als mijn tenen en mijn achterste kiezen bij het tanden stoken. Dat is niet het zelfde. Tenzij ik geen benen meer heb.

Niet wetend waarover te schrijven van ellende maar gaan stofzuigen. Hopend op een ingeving, maar behalve de gedachte een geruisloze stofzuiger te gaan uitvinden en daarmee binnen te lopen schiet er niets te binnen. Als ik klaar denk te zijn, blijkt dat al die tijd het schuifje bij de slang boven openstond. Daarna is het weer stil, achter mijn toetsenbordje. Die ik ook eens moet zuigen; koekkruimels, van oude biscuitjes. Een van de eerste recycleraars was banketbakker Do Schat in Utrecht. Die verwerkte al zijn restmateriaal, onder de toonbank liggend vooral, in de lokaal beroemde spoorpunten. Welke later verboden werden. Oude penlite batterijen verzamel ik in wijnflessen, die ik daarna in de grijze bak gooi, bij mij achter het huis. Verwacht niet dat ik de aarde red, een column schrijven lukt me al niet.

Ik besloot de hele stapel van haar over te nemen. Zodat ze niet meer in de kou hoefde te staan, naar huis kon, nou ja, naar een plek waar het warm was. Terwijl ik mijn portemonnee pakte, schreeuwde iemand me toe: “Het is een oplichter! Straks wordt ze opgehaald met een BMW.”
Telt u even mee? We zijn bijna bij het eind. O shit, er moet nog een ziekte in; ze heeft aids, kan nauwelijks meer lopen daardoor. Nu even secuur uitmeten zodat het precies past: 398, 399, 100 euro!

Monday, April 9, 2012

Saturday, April 7, 2012

Tussen Krogt en Kitsch

Voor het eerst zag ik mijn grootmoeder levend. Ik herkende haar meteen van de foto’s in ons familiealbum. Al 50 jaar dood maar er toch weer vrolijk op los kwekkend. Ik keek naar Tussen Kunst en Kitsch. En zag enkel Nelleke “wacht even ik ben het aan het woord” van der Krogt. Laat Victoriaans van zo rond 1890, bril uit de jaren 50, kunstgebit van haar opa, te samen schat ik zo tussen de 70 en 80 kilo.
Nelleke was ooit zinvol in beeld ten tijde van Opsporing (Getinte) (Ge)Verzocht. Ik belde me suf, verzon ongure exoten bij het leven, maar kreeg haar nooit aan de lijn alleen.

Bij het originele programma Antiques Roadshow van de BBC zijn de voorwerpen het belangrijkst. Dat lijkt me redelijk gezien de titel. Bij Tussen Kunst en Kitsch draait alles om Nelleke. Goed ze is ook antiek, maar is verder verre van zeldzaam; hele bejaarden soosen zitten er vol mee. Ze is heel bedreven hoor, daar niet van; in irritant kirren om haar eigen domme, humorloze opmerkingen.

Als er toch bezuinigd moet worden bij de Publieke Omroepen, laat haar gewoon achterwege. En al die andere niet-wetende presentatoren die al blatend de aandacht af leiden. Een voice over is vaak meer dan genoeg. Als er dan toch zo nodig in beeld aan elkaar geluld moet worden, neem dan een expert. Die je aan de kant kunt zetten, zo gauw het programma stopt.

Wednesday, April 4, 2012

Te laat

Beste, mogelijke sympathisant,

Ik sta even in duplo wat mijn mogelijk nieuwste boek gaat worden. Dat is nieuw voor me. Voorheen stond ik rotsvast achter mijn boeken, tot en met Uitverkoort. Uitgevers niet, maar kon mij dat schelen, hup zelf uitgeven. Met de hulp van meneer de Reus van Gigaboek.

We weten allemaal waar dat mij gebracht heeft. En vandaar dat het nu toch echt anders zal moeten, wil het ooit nog wat worden met de literatuur Willem Jansens Oeuvre. Afgezien daarvan is me geld op.

Dus als u nou een duit in het zakje doet, qua aanbeveling en rondzinggedrag, dan is de kans aanmerkelijk groter dat er een uitgever wakker wordt. Ikzelf heb namelijk een heel slechte naam ondertussen, vanwege allerlei onbesuisde acties.

Mijn plannetje is een nieuwsbrief te beginnen, ja alweer een. Maar nu een die de moeite waard is. Met daarin episodes van dat twijfelboek (Dank voor uw inzet; over hoe een noeste werker na 22 jaar trouwe dienst zonder pardon op straat wordt geschopt) en wat er verder nog door mijn kop spookt. Attenderingen op mijn blog en interessante medeschrijvers, mogelijk ook gastbijdragen. Kortom een leesbaar conglomeraat van parels en juweeltjes ook. En acties waarbij boeken van mij en anderen te winnen zijn.

Nu alleen nog lezers. Daar zou u voor kunnen zorgen. Ten eerste door aan te geven dat u wel gratis en periodiek zo’n mooie brief van mij wilt ontvangen. Daarnaast zou u dan ook dit mailtje naar gelijksoortige medemensen kunnen sturen. Dat die mij moeten mailen, dan krijgen ze mijn nieuwsbrief ook namelijk.

Als u een schrijver bent die ook aandacht wilt kweken, doe dan mee, het kost niets. Samen komen we verder, heus. Over de naam van de brief gaan we dan een polemiekje aan. Desgewenst krijgt hij uw naam. Over de vergoeding worden we het dan wel eens.

Ik geef me over; in je eentje kom je er niet. Jammer is dat. Zonder lezers geen reden tot schrijven.

Reageert u alstublieft, desnoods met rot op. Anders wordt dit weer een actie waar ik niets van leer. Ik kan er tegen, ondertussen.

Willem Jansen

PS

Om vergissingen te voorkomen; mijn blog geeft wel een beeld zo’n beetje hoe ik er in sta, qua maatschappij